Menu

••Armoede in Capelle aan den IJssel in beeld

thema-1.png

De gemeente Capelle aan den IJssel voert een actief beleid gericht op de preventie en bestrijding van armoede. Om de resultaten van het gevoerde beleid in beeld te brengen is in 2015 een armoedeonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is een vervolg op de armoedemonitor 2013.

Het onderzoeksrapport beschrijft de doelgroep voor het lokale armoedebeleid en gaat in op het gebruik en het bereik van een aantal inkomensondersteunende regelingen die de gemeente kent.

Minimapopulatie
In de gemeente Capelle aan den IJssel hebben op 1 januari 2015 4.172 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit is bijna 14 procent van alle huishoudens in de gemeente en ligt onder het landelijk gemiddelde van 15 procent. Onder de minima tot 100 procent Wsm is het aantal huishoudens met een WWB-uitkering behoorlijk gestegen. Enkele opvallende kenmerken op een rij:

- Van de minimahuishoudens heeft 47 procent een WWB-uitkering;
- Van alle eenoudergezinnen in de gemeente leeft meer dan helft op een inkomen tot 120 procent Wsm; alleenstaanden vormen in absolute zin de grootste groep onder de minima, 46 procent valt in deze categorie;
- Van alle niet-westerse allochtone huishoudens in de gemeente moet bijna een derde rondkomen van een inkomen tot 120 procent Wsm;
- Huishoudens hoewel de gemeente vergrijst, groeit het aandeel oudere minimahuishoudens niet evenredig mee. De inkomenspositie van de “nieuwe”groep ouderen is derhalve beter dan de “oude” groep.
- De helft van alle minima is al drie jaar of langer minima.

Nieuwe minima hebben vaak een andersoortig hoofdinkomen
We hebben specifiek gekeken naar de instroom in de groep minima: 29 procent van alle minima leeft korter dan een jaar op een inkomen tot 120 procent Wsm. Ruim de helft van deze groep komt rond van een zogenaamd andersoortig inkomen, zoals WW of loon. Onder alle minima is dat 33 procent, deze groep is dus oververtegenwoordigd onder nieuwe minima. Verder is bijna de helft van de nieuwe minima jonger dan 45 jaar en is het aandeel alleenstaanden kleiner dan onder alle minima. 

1 op de 5 van alle kinderen groeit op in een minimahuishouden
Van de ruim 13.000 kinderen die de gemeente telt, groeien er 2.799 op in een minimahuishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit is bijna 21 procent van alle kinderen in de gemeente. Van alle kinderen uit een eenoudergezin, behoort meer dan de helft (56 procent) tot de minima.

Bereik minimaregelingen
Enkele opvallende zaken:
- Het bereik van de kwijtschelding is met 76 procent het hoogst, een stijging van 1 procentpunt ten opzichte van twee jaar daarvoor.
- Het bereik van de collectieve zorgverzekering onder minimahuishoudens is met 27 procent iets lager dan in 2012 (30 procent). Het bereik van de collectieve zorgverzekering neemt de laatste jaren in veel gemeenten af. Dit heeft te maken met het feit dat de kosten van een collectief pakket soms hoger uitvallen voor de klant.
- De regeling indirecte studiekosten heeft een bereik van 16 procent. Voor een vergoeding van schoolkosten zien we bij andere gemeenten vaak een bereik van 40 procent. In Capelle aan den IJssel is de regeling echter krapper dan in veel andere gemeenten. Er worden drie soorten kosten vergoed (schoolfonds, schoolreisjes/werkweken, voorgeschreven kleding ) en dit kan een reden zijn dat het bereik lager is dan in andere gemeenten;
- Het Jeugdsportfonds (JSF) en Jeugdcultuurfonds (JCF), die de Doe Mee-regeling grotendeels heeft vervangen, heeft een bereik van 42 procent. Vergeleken met andere gemeenten die het JSF en JCF aanbieden is het bereik in Capelle aan den IJssel goed te noemen.

Gebruik Wmo, Jeugdwet en schuldhulpverlening
Van de gebruikers van Wmo-voorzieningen heeft 20 procent een minimuminkomen, onder de gebruikers van de schuldhulpverlening is 65 procent minima. Van alle jongeren in de gemeente is 8 procent aan de gemeente overgedragen met een indicatie voor Jeugdzorg  Ruim de helft daarvan is tussen de 4 en 12 jaar oud. Deze 1.064 jongeren wonen in 936 huishoudens, en dit zijn voor het grootste deel (70 procent) meerpersoonshuishoudens met kinderen en huishoudens van autochtone afkomst (60 procent). Van deze huishoudens heeft ruim een kwart een inkomen tot 120 procent Wsm. Het werkelijke aantal jongeren, en daarmee het aantal huishoudens, met een indicatie voor jeugdzorg ligt overigens naar verwachting  enkele tientallen procenten hoger.

Minimahuishoudens maken ook gebruik van andere voorzieningen
Van alle minimahuishoudens heeft 16 procent ook gebruikgemaakt van de Wmo en 17 procent heeft een SHV-traject doorlopen. Ruim 5 procent heeft ook een of meerdere thuiswonende kinderen die op 1 januari 2015 een indicatie voor Jeugdzorg hadden en aan de gemeente zijn overgedragen.

Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met Bert van Putten, telefoon: 06-1232 2281, e-mail: bert.van.putten@kwiz.nl.